Conclusie
Bewijs: de vastgestelde feiten en omstandigheden
1.Het overlijden van [slachtoffer]
2.De toedracht van de schietpartij
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig althans onbegrijpelijk is, doordat deze inhoudt dat verzoeker [slachtoffer] op 1 maart 2010 opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, terwijl die bewezenverklaring tevens inhoudt dat die [slachtoffer] op 2 maart 2010 is overleden.
tweede middelklaagt dat het Hof ten onrechte althans onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging inhoudende dat van opzet op de dood van het slachtoffer bij verzoeker geen sprake is geweest, althans dat het Hof de bewezenverklaring van het bestanddeel “opzettelijk” van het onder 1 ten laste gelegde feit onjuist, onbegrijpelijk en/of onvoldoende heeft gemotiveerd.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Opzet op de dood of een alternatief scenario
derde middelklaagt dat het Hof ten onrechte althans onbegrijpelijk dan wel onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging inhoudende dat van voorbedachte raad bij verzoeker geen sprake is geweest, althans dat het Hof de bewezenverklaring van het bestanddeel “met voorbedachten rade” van het onder 1 ten laste gelegde feit onjuist, onbegrijpelijk en/of onvoldoende heeft gemotiveerd.
Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs
Opwelling of voorbedachte raad