ECLI:NL:PHR:2012:BX1771
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet
Op 16 juni 2008 vond te Rotterdam een schietincident plaats waarbij het slachtoffer werd geraakt in zijn rechtervoet. Het gerechtshof verklaarde verdachte medepleger van poging tot doodslag, omdat hij samen met een ander opzettelijk meerdere keren op het slachtoffer had geschoten. Dit oordeel was gebaseerd op verklaringen van het slachtoffer en een getuige, alsmede op proces-verbalen van bevindingen waar hulzen werden aangetroffen.
De verdediging voerde aan dat het voorwaardelijk opzet niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid, onder meer omdat niet vaststond dat er gericht op vitale lichaamsdelen was geschoten en dat verdachte ontkende aanwezig te zijn geweest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het voorwaardelijk opzet terecht aannam, omdat het schieten op korte afstand en meerdere keren in de richting van het slachtoffer een aanmerkelijke kans op de dood inhield.
Verder stelde de Hoge Raad dat het hof terecht de ontkenning van verdachte als leugenachtig had beoordeeld, zonder dat dit als bewijs diende, maar als reden om de verklaringen van getuigen en slachtoffer te vertrouwen. De bewezenverklaring van medeplegen poging tot doodslag was daarmee voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef en de veroordeling van verdachte voor medeplegen van poging tot doodslag definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.