ECLI:NL:PHR:2012:BU9210
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij te late betaling griffierecht door verweerder in cassatie
In deze zaak staat de vraag centraal of bij een te late betaling van het griffierecht door de verweerder in cassatie het verweerschrift betrokken kan worden bij de beslissing. De vrouw had het griffierecht te laat voldaan, waardoor de wet voorschrijft dat het verweerschrift buiten beschouwing moet blijven. De raadsman van de vrouw voerde aan dat de betalingstermijn nog niet verstreken was en dat een ongeval op kantoor de vertraging veroorzaakte, en deed een beroep op de hardheidsclausule.
De Hoge Raad overweegt dat de nota voor het griffierecht geen duidelijke termijn vermeldde en dat de omstandigheden van het kantoor van de advocaat, hoewel begrijpelijk, niet volstaan om de hardheidsclausule toe te passen. De Raad benadrukt dat advocaten geacht worden op de hoogte te zijn van de betalingstermijnen en de gevolgen van niet-tijdige betaling.
Verder wordt uitgelegd dat de sanctie van niet-betrekken van het verweerschrift minder ernstig is voor de verweerder dan voor de eiser, maar dat dit geen aanleiding geeft tot een andere maatstaf voor toepassing van de hardheidsclausule. De Hoge Raad concludeert dat het verweerschrift niet betrokken kan worden bij de beslissing en dat het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen.
Uitkomst: Het verweerschrift wordt niet betrokken bij de beslissing wegens te late betaling van het griffierecht; het beroep op de hardheidsclausule wordt afgewezen.