ECLI:NL:HR:2012:BU9210
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- M.A. Loth
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Verweerschrift niet betrokken wegens te late betaling griffierecht ondanks beroep op hardheidsclausule
In deze zaak heeft de vrouw een verweerschrift ingediend tegen het cassatieberoep van de man, maar het griffierecht werd niet tijdig betaald. Volgens artikel 3 lid 4 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verweerschrift zijn voldaan, wat niet gebeurde. De betaling vond twee dagen te laat plaats.
De vrouw beriep zich op de hardheidsclausule (art. 282a lid 4 Rv), met het argument dat de betalingstermijn niet duidelijk was en dat een medewerker van de advocaat tijdelijk arbeidsongeschikt was. De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, mede omdat advocaten geacht worden op de hoogte te zijn van de wettelijke termijnen en gevolgen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en benadrukt dat het niet tijdig betalen van griffierechten ertoe leidt dat het verweerschrift niet wordt betrokken bij de beslissing. De zaak werd verwezen naar de rol van 3 februari 2012 voor verdere behandeling. De beslissing werd genomen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven.
Uitkomst: Het verweerschrift wordt niet betrokken bij de cassatiebeslissing wegens te late betaling van het griffierecht.