ECLI:NL:PHR:2012:BU5603
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdige betaling griffierecht
In deze zaak ging het om een cassatieberoep van een man tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam inzake kinderalimentatie. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan. De Hoge Raad overwoog dat de wettelijke betalingstermijn van vier weken begint te lopen vanaf de dag na indiening van het verzoekschrift en dat het niet ontvangen van een nota griffierecht of herinnering de termijnoverschrijding niet automatisch verschoont.
De man stelde dat de betalingstermijn pas begon na ontvangst van de nota en dat administratieve chaos bij de rechtbank Den Haag de vertraging veroorzaakte. De Hoge Raad verwierp deze argumenten en benadrukte dat de advocaat verantwoordelijk is voor tijdige betaling. Ook werd geen sprake geacht van onbillijkheid van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule zou rechtvaardigen.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad diverse inhoudelijke klachten over de vaststelling van de draagkracht van de man en de alimentatieverplichtingen, maar deze werden afgewezen. Het hof had terecht rekening gehouden met een redelijke verdiencapaciteit en de verzoeken tot terugwerkende kracht werden niet toegewezen. De Hoge Raad bevestigde hiermee de eerdere beslissingen en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.