ECLI:NL:PHR:2011:BR2065
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontuchtige handelingen stiefvader jegens minderjarig stiefkind
De zaak betreft een verdachte die tussen 1994 en 1997 ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn minderjarige stiefdochter, waaronder het betasten van haar billen en vagina en het steken van zijn penis tussen haar benen in de douche. Het hof heeft deze gedragingen bewezen verklaard en geoordeeld dat deze in strijd zijn met sociaal ethische normen en het seksuele zelfbeschikkingsrecht van het kind schenden.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was, dat het gebruik van het woord 'steken' misleidend was en dat de handelingen niet ontuchtig waren omdat er geen seksuele opwinding was. De Hoge Raad verwierp deze verweren en benadrukte dat ontucht ook zonder seksuele opwinding kan worden gepleegd en dat de subjectieve bedoeling van verdachte niet doorslaggevend is.
Het hof heeft de verklaringen van het slachtoffer en de verdachte zorgvuldig gewogen en de betrouwbaarheid van het slachtoffer bevestigd. Verzoeken om aanvullend deskundigenonderzoek werden afgewezen. De Hoge Raad concludeert dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat de middelen van cassatie falen, waardoor het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor ontucht met het minderjarige stiefkind blijft in stand.