ECLI:NL:HR:2011:BR2065
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep verdachte door Hoge Raad in strafzaak
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak. Het beroep is schriftelijk ingediend door de raadsman van de verdachte, mr. J. Kuijper. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen van cassatie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, als voorzitter, met raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, op 27 september 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.