ECLI:NL:HR:1995:ZD0031
Hoge Raad
- Cassatie
- Haak
- Mout
- Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat subjectieve beleving niet beslissend is voor seksueel binnendringen
In deze zaak stond centraal of het binnendringen van de anus met stukken gereedschap onder art. 242 Sr Pro valt, ook als het slachtoffer of de dader de handelingen niet als seksueel ervoeren. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor verkrachting na het seksueel binnendringen van het slachtoffer met gereedschap, ondanks dat het slachtoffer dit meer als mishandeling dan als seksuele handeling ervoer.
De Hoge Raad bevestigde dat de subjectieve beleving van dader of slachtoffer wel van belang kan zijn, maar niet beslissend is voor de kwalificatie van seksueel binnendringen. Het gaat vooral om de objectieve aard en verschijningsvorm van de handeling. Het hof had terecht geoordeeld dat het binnendringen met gereedschap een seksuele strekking had, ook al ontbrak bewijs van seksueel genot bij de dader en ervoer het slachtoffer de handelingen niet als seksueel.
De bewezenverklaring was voldoende gemotiveerd en het cassatieberoep van de verdachte werd verworpen. Hiermee bevestigde de Hoge Raad dat verkrachting ook kan worden vastgesteld zonder dat het slachtoffer of dader de handelingen subjectief als seksueel ervaart, mits de handeling objectief een seksuele strekking heeft.
De zaak onderstreept het belang van een objectieve toets bij zedendelicten en verduidelijkt de toepassing van art. 242 Sr Pro in situaties met geweld en dwang, waarbij het slachtoffer tot louter object wordt gereduceerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft terecht geoordeeld dat het binnendringen met gereedschap een seksuele strekking heeft volgens art. 242 Sr.