ECLI:NL:HR:2002:AE2033
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling ontucht met aan opleiding toevertrouwde minderjarige tijdens stage
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens ontucht met een minderjarige die in het kader van haar MEAO-opleiding stage liep op de afdeling waar de verdachte werkte. Het hof stelde vast dat het slachtoffer gedurende de stage onder de hoede en begeleiding van de verdachte stond, waardoor zij zich in een afhankelijke positie bevond.
De verdediging voerde aan dat het slachtoffer niet aan de opleiding van de verdachte was toevertrouwd, omdat er geen sprake was van kennisoverdracht of beoordeling, slechts meelopen. Het hof oordeelde echter dat het begeleiden van een stagiaire binnen het kader van een opleiding valt onder de term 'aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige' zoals bedoeld in art. 249 Sr Pro.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep, stellende dat de afhankelijke positie van het slachtoffer en het overwicht van de verdachte voldoende waren vastgesteld. De veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en onbetaalde arbeid bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor ontucht met een aan opleiding toevertrouwde minderjarige.