ECLI:NL:HR:2006:AV0316
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling wegens bedreiging met mes ondanks betwisting bewijs
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor bedreiging met een mes jegens zijn echtgenote op 26 mei 2003 te Nieuwegein. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op verklaringen van het slachtoffer, vastgelegd in politieprocessen-verbaal, en een medische verklaring.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring uitsluitend steunde op de verklaring van één getuige, het slachtoffer, en dat dit onvoldoende was. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht feitelijk ongegrond was omdat het bewijs bestond uit meerdere verklaringen en een medische bijlage.
Het hof had de verdachte vrijgesproken van mishandeling maar veroordeeld tot een taakstraf wegens bedreiging. De Hoge Raad zag geen reden om het arrest te vernietigen en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de veroordeling en opgelegde straf ongewijzigd.
De uitspraak benadrukt dat een bewezenverklaring op basis van verklaringen van het slachtoffer en ondersteunend bewijs, ook zonder meerdere getuigen, voldoende kan zijn voor een veroordeling. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtspraak omtrent bewijswaardering in bedreigingszaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens bedreiging met een mes wordt bevestigd.