ECLI:NL:HR:2010:BK4794
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontuchtige handelingen met minderjarige in sociaal-ethische context
De zaak betreft een verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een 15-jarig meisje, waarbij sprake was van seksuele penetratie. De rechtbank en het hof oordeelden dat ondanks het geringe leeftijdsverschil en de vrijwilligheid van het slachtoffer, de handelingen sociaal-ethisch onaanvaardbaar waren en derhalve ontuchtig in de zin van art. 245 Sr Pro.
De bewijslast bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigen en de verdachte zelf, waarin de omstandigheden van de seksuele handelingen werden beschreven. De verdachte voerde aan dat het ontuchtige karakter ontbrak vanwege vrijwilligheid en gering leeftijdsverschil, maar dit werd door de rechtbank en het hof verworpen.
De Hoge Raad bevestigde dat de beoordeling van het ontuchtige karakter aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof het toetsingskader niet heeft miskend. Het oordeel van het hof was niet onjuist of onbegrijpelijk. Tevens werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar dit leidde niet tot rechtsgevolgen gezien de opgelegde werkstraf.
Het cassatieberoep werd verworpen en de zaak werd verwezen naar een ander hof voor hernieuwde behandeling in hoger beroep. De uitspraak benadrukt het belang van bescherming van seksuele integriteit van minderjarigen en de sociaal-ethische normen die aan art. 245 Sr Pro ten grondslag liggen.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor ontuchtige handelingen met 15-jarige en wijst cassatieberoep af.