ECLI:NL:PHR:2011:BQ7063
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaring en exoneratie bij vernietiging opgeslagen goederen
In deze zaak staat centraal de vraag of de verjarings- en vervaltermijn in de Fenex-voorwaarden correct is toegepast en of de exoneratieclausule van de expediteur [eiseres] in de opslagovereenkomst met TMF Airmarine B.V. buiten toepassing moet blijven.
TMF had goederen in opslag gegeven bij [eiseres], die deze abusievelijk vernietigde. TMF stelde dat haar vordering niet was verjaard en dat de exoneratieclausule niet van toepassing was vanwege bewuste roekeloosheid. De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, maar het hof vernietigde dit oordeel en oordeelde dat de verjaringstermijn tijdig was gestuit en dat de exoneratieclausule niet kon worden ingeroepen.
De Hoge Raad bevestigt dat de verjaringstermijn pas begint te lopen op het moment dat de benadeelde daadwerkelijk bekend is met de schade en de aansprakelijke persoon, waarbij subjectieve bekendheid vereist is. Ook oordeelt de Hoge Raad dat de brief van 28 april 2004 de verjaringstermijn heeft doen aanvangen. Daarnaast wordt de exoneratieclausule buiten toepassing verklaard omdat de vernietiging van de goederen door de adjunct-directeur van [eiseres] als bewust roekeloos handelen wordt aangemerkt, waardoor toepassing van de clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de exoneratieclausule buiten toepassing wegens bewuste roekeloosheid en bevestigt het aanvangsmoment van de verjaringstermijn op 11 mei 2004.