ECLI:NL:PHR:2011:BQ3765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid toezicht op telefoongesprekken in penitentiaire inrichting en behandelt bedreiging en redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot afpersing, meerdere bedreigingen gericht tegen het leven, en mishandeling. Centrale discussiepunten waren de rechtmatigheid van het opnemen en beluisteren van telefoongesprekken vanuit de penitentiaire inrichting (PI) te Vught en de gevolgen daarvan voor de strafzaak.
De Hoge Raad overweegt dat het opnemen van telefoongesprekken door de PI, hoewel in strijd met artikel 8 EVRM Pro, niet als een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek kan worden aangemerkt, omdat deze handeling niet in het kader van het strafrechtelijk onderzoek plaatsvond. Verdachte was bovendien op de hoogte van het toezicht en had de mogelijkheid om de opgenomen gesprekken te betwisten, zodat geen schending van het recht op een eerlijk proces is vastgesteld.
Daarnaast bevestigt de Hoge Raad de bewezenverklaring van bedreiging met een misdrijf tegen het leven, gebaseerd op bewijsmiddelen waaronder een bedreigende tekening en verklaringen van getuigen. Ten slotte erkent de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, waardoor een strafvermindering passend is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep voor het overige en zal ambtshalve de straf verlagen vanwege de termijnoverschrijding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en verlaagt ambtshalve de straf wegens schending van de redelijke termijn.