ECLI:NL:PHR:2011:BQ0779
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid elektriciteitskosten bij profijtontneming hennepkwekerij
In deze zaak gaat het om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een verdachte die een hennepkwekerij exploiteerde. Het hof had het voordeel vastgesteld op €12.000,-, waarbij het de betaalde elektriciteitsrekening niet als aftrekpost meerekende omdat het hof oordeelde dat de betaling het eerder genoten voordeel tenietdeed.
De verdachte en zijn raadsman voerden aan dat de elektriciteitskosten wel degelijk directe kosten waren die noodzakelijk waren voor de hennepkweek en dus in mindering gebracht moesten worden op het wederrechtelijk verkregen voordeel. De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit oordeel niet begrijpelijk heeft gemotiveerd. Door het betalen van de elektriciteitsrekening heeft de verdachte kosten gemaakt die direct verband houden met het delict, ondanks dat de elektriciteit diefstal betrof.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Verder is in de zaak uitgebreid ingegaan op de bewijsvoering, waaronder het aantreffen van hennepplanten, gebruikte kweekbakken en resten van planten, en de gehanteerde standaardberekening van het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM) voor de opbrengst per hennepplant. De Hoge Raad bevestigt dat het hof binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld bij de schatting van het voordeel en de aftrekbare kosten, behalve ten aanzien van de elektriciteitskosten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met inachtneming van de elektriciteitskosten.