ECLI:NL:PHR:2011:BP4399
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste rechtsopvatting bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van strafbare feiten die verband houden met het ontwikkelen en verspreiden van de Wayphisher Trojan, een virus dat internetbankgegevens onderschept. Betrokkene werd in de hoofdzaak vrijgesproken van het feit van opzettelijk vernielen van geautomatiseerde werken (art. 161sexies Sr) omdat het hof onvoldoende bewijs zag voor gemeen gevaar voor goederen of diensten. Het hof legde echter ontneming op op grond van soortgelijke feiten die volgens het hof onder art. 138a Sr (computervredebreuk) vielen.
De verdediging stelde dat het hof onterecht voordeel ontnam op basis van feiten waarvoor betrokkene was vrijgesproken, wat strijdig zou zijn met het onschuldpresumptie- en ne bis in idem-beginsel. Ook werd aangevoerd dat het hof het principe van hoor en wederhoor had geschonden door een nieuw standpunt over soortgelijke feiten pas in het arrest te presenteren zonder verdedigingstijd.
De Hoge Raad oordeelt dat ontneming van voordeel niet mag berusten op feiten waarvoor betrokkene in de hoofdzaak is vrijgesproken. De kwalificatie van soortgelijke feiten moet zorgvuldig worden getoetst aan het criterium van 'hetzelfde feit' in art. 68 Sr Pro, waarbij juridische aard, gedragingen, tijd en plaats worden meegewogen. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het feit van art. 138a Sr niet hetzelfde zou zijn als het vrijgesproken feit van art. 161sexies Sr. Ook is het hoor en wederhoor geschonden. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.