ECLI:NL:PHR:2011:BP4387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf bij overtreding milieuvergunning
De zaak betreft een verdachte die in de periode van maart 2004 tot augustus 2005 zonder vergunning een inrichting voor opslag en overslag van afval heeft veranderd door het terrein uit te breiden en asbesthoudend afval op te slaan. De Economische Kamer van het Gerechtshof veroordeelde hem tot een geldboete en legde de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf vast.
De verdachte stelde meerdere middelen van cassatie in, waaronder dat het hof onterecht oordeelde dat sprake was van een verandering van de inrichting in strijd met de Wet milieubeheer, dat het OM onontvankelijk was wegens te late indiening van de vordering, en dat de tenuitvoerlegging onterecht werd gelast nadat het OM de vordering in hoger beroep had ingetrokken.
De Hoge Raad verwierp deze middelen. De bewezenverklaring en het oordeel van het hof dat sprake was van een vergunningplichtige verandering zijn niet onbegrijpelijk. De vordering tot tenuitvoerlegging was tijdig ingediend binnen drie maanden na het verstrijken van de proeftijd. Tevens is vastgesteld dat het hoger beroep zich niet kon beperken tot alleen de hoofdzaak, zodat de tenuitvoerlegging integraal onderdeel van het vonnis is. De tenuitvoerlegging werd daarom terecht gelast.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke geldboete wegens overtreding van de Wet milieubeheer.