ECLI:NL:HR:2012:BX0087

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/00237 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van aanvrage tot herziening wegens ontbreken einduitspraak

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van drie arresten van de Hoge Raad en Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, ingediend door de aanvrager. De Hoge Raad heeft eerder cassatieberoepen van de aanvrager verworpen en in één geval het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard.

In het arrest van 3 juli 2012 oordeelt de Hoge Raad dat de aanvrage tot herziening niet ontvankelijk is omdat de bestreden uitspraken geen einduitspraken zijn die een veroordeling in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevatten. Hierdoor kan de aanvrage niet tot herziening leiden.

Het arrest is gewezen door de vice-president van de Hoge Raad, A.J.A. van Dorst, als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink. De waarnemend griffier E. Schnetz was aanwezig. Mr. Balkema en mr. Ilsink waren buiten staat het arrest te ondertekenen.

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de onmogelijkheid tot herziening van de genoemde arresten op basis van de ingediende aanvrage.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een einduitspraak met veroordeling.

Uitspraak

3 juli 2012
Strafkamer
nr. S 12/00237 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van a. een arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2010, nr. 08/05026, en b. een arrest van de Hoge Raad van 20 december 2011, nr. 09/01979 E, en c. een arrest van de Hoge Raad van 6 maart 2012, nr. 11/05223, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraken waarvan herziening is gevraagd
(a) De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 5 oktober 2010 het cassatieberoep van de aanvrager tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 25 november 2008 verworpen.
(b) De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 20 december 2011 het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 29 april 2009, vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de last tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde geldboete, het Openbaar Ministerie in die vordering niet-ontvankelijk verklaard en het cassatieberoep van de aanvrager voor het overige verworpen.
(c) De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 6 maart 2012 de aanvrager in het cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 8 juni 2011 niet-ontvankelijk verklaard.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de uitspraken waarvan herziening is gevraagd geen einduitspraken zijn houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 3 juli 2012.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.