ECLI:NL:PHR:2011:BO8438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing en gevolgen van artikel 181bis UCDW bij douanewaarde
In deze zaak staat centraal de toepassing van artikel 181bis van de Uitvoeringsverordening douanewetboek (UCDW), dat bepaalt dat de douane kan afwijken van de aangegeven transactiewaarde indien zij gegronde twijfel heeft over de juistheid daarvan, mits een procedure wordt gevolgd waarbij de betrokkene wordt geïnformeerd en gelegenheid krijgt te reageren.
Belanghebbende, een douane-expediteur, gaf namens haar opdrachtgever C S.A. bevroren vlees aan voor het vrije verkeer. De Inspecteur stelde dat de douanewaarde te laag was aangegeven en gaf een uitnodiging tot betaling (utb) uit. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur de procedure van artikel 181bis UCDW niet correct had gevolgd, maar vond dit verzuim niet zwaar genoeg voor vernietiging van de utb en verwees de zaak terug naar de Inspecteur.
In cassatie staat de vraag centraal of het Hof buiten de rechtsstrijd is getreden door artikel 181bis te betrekken en wat de gevolgen zijn van niet-naleving van de procedure. De Hoge Raad concludeert dat het Hof niet buiten de rechtsstrijd is getreden, dat artikel 181bis van toepassing is ongeacht of de douane een andere waardemethode of een andere transactiewaarde wil hanteren, en dat niet-naleving van de procedure ertoe moet leiden dat de utb wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen zodat de Inspecteur de procedure alsnog kan naleven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en bepaalt dat de uitnodiging tot betaling moet worden vernietigd vanwege niet-naleving van de procedure van artikel 181bis UCDW.