ECLI:NL:PHR:2011:BO5819
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schuldheling en handelen in strijd met de WWM met discussie over redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarbij verdachte werd veroordeeld voor schuldheling en het handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. Het hof had een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 240 uur opgelegd.
De zaak draaide om de aankoop en verkoop van grote partijen goederen, waaronder parfumerie-artikelen, camera's en computers, waarvan verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze van misdrijf afkomstig waren. Diverse verklaringen en bewijsmiddelen, zoals processen-verbaal en verklaringen van medeverdachten, toonden aan dat verdachte deze goederen tegen zeer lage prijzen had gekocht en zich onvoldoende had ingespannen om de herkomst te verifiëren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn bewijsoverwegingen voldoende had gemotiveerd, ook ten aanzien van de lage inkoopprijzen en het nalaten van nader onderzoek door verdachte. Wel stelde de Hoge Raad dat het hof ten onrechte geen strafvermindering had toegepast voor de overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, ondanks dat de zaak na terugwijzing voortvarend was behandeld. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor wat betreft de strafoplegging en zal de strafvermindering zelf toepassen.
De overige klachten, waaronder de motivering van de straf en het bewijs, werden verworpen. De Hoge Raad concludeerde dat geen andere gronden voor vernietiging aanwezig waren en verwierp het beroep voor het overige.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt het arrest deels wegens niet toepassen van strafvermindering voor overschrijding redelijke termijn en bevestigt de veroordeling.