ECLI:NL:HR:2011:BO5819
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiefase
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake schuldheling en het voorhanden hebben van een boksbeugel. De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden omdat de stukken te laat bij de Hoge Raad zijn ingediend na het instellen van het cassatieberoep.
Het hof had de strafoplegging gebaseerd op de ernst van de feiten, waarbij verdachte zich schuldig maakte aan schuldheling door routinematig goederen zonder nader onderzoek te kopen en door te verkopen, en het bezit van een boksbeugel. Hoewel de redelijke termijn in eerdere procesfasen niet was overschreden en de zaak na terugwijzing voortvarend was behandeld, leidt de overschrijding in de cassatiefase tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert het aantal taakstrafuren van 240 naar 216 en de vervangende hechtenis van 120 naar 108 dagen. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat het volstaan kan worden met de constatering van de overschrijding zonder verdere rechtsgevolgen, mits de zaak na terugwijzing voortvarend is behandeld.
Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd naar 216 uren en de vervangende hechtenis naar 108 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.