ECLI:NL:PHR:2011:BN4351
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over medeplegen, begin van uitvoering en vrijwillige terugtred bij diefstal met geweld
In deze zaak heeft het Hof verdachte veroordeeld voor medeplegen van een gewelddadige diefstal in Breezand en poging tot diefstal en afpersing in Purmerend. Verdachte voerde onder meer aan dat hij niet als medepleger betrokken was bij de inbraak in Breezand en dat sprake was van vrijwillige terugtred bij de poging in Purmerend.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft vastgesteld dat verdachte nauw betrokken was bij de voorbereidingen en uitvoering van de inbraak in Breezand, mede op basis van verklaringen, DNA-sporen in de auto van verdachte en vondsten van sieraden nabij zijn woning. Het alternatieve scenario van de verdediging wordt verworpen.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat het criterium voor begin van uitvoering is dat gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht zijn op voltooiing van het misdrijf, en dat het Hof dit correct heeft toegepast in de zaak Purmerend. Ten slotte overweegt de Hoge Raad uitgebreid over de rechtsvraag of vrijwillige terugtred een persoonlijke omstandigheid is of een objectieve exceptie die ook medeplegers en medeplichtigen beschermt. De Hoge Raad concludeert dat vrijwillige terugtred niet doorwerkt naar medeplegers, zodat het beroep van verdachte op vrijwillige terugtred terecht is verworpen.
De Hoge Raad wijst ook een middel af dat stelt dat het Hof ten onrechte acht heeft geslagen op stukken die niet tot het dossier behoren, omdat het Kalk-dossier integraal onderdeel uitmaakt van het strafdossier. Alle cassatiemiddelen worden verworpen en het vonnis van het Hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van diefstal met geweld en poging tot diefstal en afpersing.