ECLI:NL:PHR:2010:BN8027
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling echtscheiding bij huwelijkse voorwaarden met uitsluiting gemeenschap
In deze zaak staat de vermogensrechtelijke afwikkeling centraal van een huwelijk gesloten onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen en een periodiek verrekenbeding dat tijdens het huwelijk niet is nageleefd. De man vordert aanspraak op de helft van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning en op een deel van de waarde van aandelen die tot het privévermogen van de vrouw behoren.
De rechtbank oordeelde dat de man aanspraak heeft op de helft van de netto-opbrengst van de woning, maar niet op de waarde van de aandelen, omdat deze aan de vrouw geschonken waren en zij geen zeggenschap had over de winstuitkering. Het hof vernietigde dit oordeel voor zover het de woning betreft en kende de man een verrekenvordering van €30.000 toe wegens investeringen uit overgespaarde inkomsten die tot waardevermeerdering leidden. De aanspraken op de aandelen werden afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de man geen aanspraak kan maken op de aandelen en slechts een beperkte vergoeding toekomt voor de woning. De gezamenlijke hypothecaire lening en de betaling van rente door de man leiden niet tot verrekening van de volledige overwaarde, omdat de lening niet is afgelost en rentebetalingen als kosten van de huishouding worden beschouwd. De man kon onvoldoende aantonen dat de woning gemeenschappelijk was bedoeld. De schatting van de vergoeding voor investeringen uit overgespaarde inkomsten wordt aanvaard. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen; hij heeft geen aanspraak op de aandelen en slechts een beperkte verrekenvordering voor de woningwaarde.