ECLI:NL:HR:2002:AE9241
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijkse voorwaarden en verrekening woningwaarde na echtscheiding
De vrouw vorderde op grond van artikel 3 van Pro de huwelijkse voorwaarden dat de man de helft van de netto-waarde van de woning, die tijdens het huwelijk werd geleverd, aan haar zou betalen. De rechtbank stelde het bedrag vast op ƒ 20.985,--, de helft van de aflossingen op de hypotheek, en wees het beroep van de man op verjaring af. Het hof vernietigde dit vonnis en veroordeelde de man tot betaling van ƒ 133.846,12 plus rente, waarbij het de woningwaarde minus de hypothecaire schuld in de verrekening betrok.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuist uitgangspunt had gehanteerd door de woningwaarde volledig in de verrekening te betrekken zonder de juiste berekening van het aandeel dat uit overgespaard inkomen was afgelost. De Hoge Raad bevestigde dat de woning tijdens het huwelijk was geleverd en dat aflossingen uit overgespaard inkomen moeten worden toegerekend. Tevens werd geoordeeld dat de verjaringstermijn pas bij het einde van het huwelijk begint te lopen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling en een correcte berekening van de verrekening. De kosten van het cassatiegeding werden gecompenseerd tussen partijen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde berekening van de verrekening van de woningwaarde.