ECLI:NL:HR:2001:AB0382
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Verdeling onverteerd inkomen en waardering aandelen bij echtscheiding met Amsterdams verrekenbeding
De zaak betreft de echtscheiding van partijen die gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekenbeding. De vrouw vorderde onder meer de verdeling van het onverteerd gebleven inkomen en de waardering van aandelen in een bedrijf dat de man had ingebracht in een besloten vennootschap.
De Rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde een bedrag van ƒ 343.238,-- als toekomend aan de vrouw. Het Hof vernietigde deze beschikking deels en veroordeelde de man tot betaling van ƒ 551.155,-- onder verrekening van reeds betaalde bedragen en met rente. Het Hof bepaalde de waarde van de aandelen op basis van rentabiliteitswaarde, verminderd met belastingclaims, en matigde de rente tot 4%.
De Hoge Raad oordeelde dat de waarderingsmethode en de vermindering met belastingclaims niet voldoende waren gemotiveerd en dat partijen niet in de gelegenheid waren gesteld hun standpunten hierover aan te vullen, wat strijdig is met een goede procesorde. De Hoge Raad vernietigde daarom de eindbeschikking van het Hof en verwees de zaak naar het Hof te Amsterdam voor verdere behandeling.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat de redelijkheid en billijkheid bepalen dat het gehele vermogen in beginsel voor verdeling in aanmerking komt, maar dat de vrouw niet meer kan krijgen dan wat de man met het bedrijfsvermogen kan financieren zonder het voortbestaan van het bedrijf in gevaar te brengen. De matiging van de wettelijke rente werd bevestigd als toegestaan onder de huidige wetgeving.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het Hof en verwijst de zaak naar het Hof te Amsterdam voor verdere behandeling.