5. De stukken van het geding houden, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
(i) De processen-verbaal van verhoor van politie van 4 oktober 2004, 20 januari 2004, 19 januari 2004 (omstreeks 16:07 uur), 19 januari 2004 (omstreeks 14:15 uur, verhoor bij inverzekeringstelling) en 19 januari 2004 (omstreeks 12:10 uur) vermelden als adres van verzoeker [b-straat 1] te [plaats]. Voorts houdt het proces-verbaal van verhoor van politie van 19 januari 2004 (omstreeks 12:10 uur) in dat verzoeker heeft verklaard dat hij af en toe slaapt op [b-straat], dat hij verder overal en nergens is en dat zijn moeder op [b-straat] woont.
(ii) Een akte van uitreiking van de dagvaarding van verzoeker voor de terechtzitting van de rechtbank van 3 november 2005 houdt in dat die dagvaarding op 13 oktober 2005 (om 11:46 uur) is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van die rechtbank, omdat "van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is". Die akte vermeldt voorts dat de oproeping op 13 oktober 2005 als gewone brief is verzonden naar het adres van verzoeker in Canada ("[adres]").
(iii) Een tweede akte van uitreiking van de dagvaarding van verzoeker voor de terechtzitting van de rechtbank van 3 november 2005 houdt in dat die dagvaarding, na een vergeefse poging tot uitreiking op 13 oktober 2005 op het adres [c-straat 1] te [plaats],(1) op 13 oktober 2005 (om 16:10 uur) nogmaals is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van die rechtbank, omdat "van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is". Die akte vermeldt daarnaast dat de dagvaarding op 13 oktober 2005 als gewone brief is verzonden naar het hiervoor genoemde adres, in de [c-straat].
(iv) Een tweetal aan die dagvaardingen gehechte GBA-overzichten van 13 oktober 2005 houden in dat verzoeker niet is gedetineerd, dat hij vanaf 20 mei 2005 in de GBA staat ingeschreven op het adres "[adres]", dat hij vanaf 26 juli 2004 tot 20 mei 2005 in de GBA stond ingeschreven op het adres [c-straat 1] te [plaats], dat hij vanaf 23 december 1998 tot 26 juli 2004 "zonder vaste woon- of verblijfplaats" was en dat hij vanaf 27 november 1995 tot 23 december 1998 in de GBA stond ingeschreven op het adres [b-straat 1] te [plaats].(2)
(v) Het vonnis van de rechtbank van 3 november 2005 vermeldt dat verzoeker bij verstek is veroordeeld. Dit vonnis houdt als adres van verzoeker in dat hij "zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland" is.
(vi) Een akte van uitreiking van de mededeling uitspraak vermeldt dat deze mededeling uitspraak, na een vergeefse poging tot uitreiking op 31 december 2005 op het adres [c-straat 1] te [plaats] en na niet te zijn afgehaald op het postkantoor, op 13 januari 2006 is teruggezonden aan de afzender met de mededeling "Retour afzender. [Verdachte] is verhuisd."
(vii) Een aan die mededeling uitspraak gehecht GBA-overzicht van 24 januari 2006 houdt in dat verzoeker niet is gedetineerd en dat hij vanaf 20 mei 2005 in de GBA staat ingeschreven op het adres "[adres]".
(viii) Een "akte instellen rechtsmiddel", getekend door verzoeker, vermeldt dat hij op 20 december 2006 beroep heeft ingesteld tegen "het eindvonnis d.d. 3 november 2005". De akte houdt als adres van verzoeker in [d-straat 1] te [plaats].
(ix) Een akte van uitreiking van de dagvaarding van verzoeker voor de terechtzitting van het gerechtshof van 26 maart 2007 vermeldt dat die dagvaarding, na een vergeefse poging tot uitreiking op 19 februari 2007 op het adres [d-straat 1] te [plaats](3), op 23 februari 2007 in persoon is uitgereikt aan verzoeker op het postkantoor.
(x) Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2007 houdt in dat verzoeker aldaar niet is verschenen maar dat als raadsman van verzoeker ter terechtzitting wel is verschenen mr. V.G. Kraal, die heeft medegedeeld dat hij door verzoeker uitdrukkelijk is gemachtigd hem als advocaat te verdedigen.
(xi) Het proces-verbaal van die terechtzitting houdt voorts onder meer het volgende in:
"De raadsman voert aan dat de inleidende dagvaarding nietig is, nu deze dagvaarding niet is betekend aan het door de verdachte aan de politie opgegeven verblijfsadres aan de [b-straat 1] te [plaats].
Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.
Uit de daarvan opgemaakte akte blijkt dat op 13 oktober 2005 getracht is de inleidende dagvaarding en oproeping (in de ontnemingszaak) uit te reiken aan het adres [c-straat 1], [plaats], en voorts, dat op dezelfde datum een afschrift is verzonden naar dat adres en overigens is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank, eveneens op 13 oktober 2005. Uit het aan de akte gehechte GBA-overzicht blijkt dat vanaf 20 mei 2005 als GBA-adres is vermeld: "[adres]". Nadere gegevens van een adres in Canada ontbreken in het dossier en waren toen niet voor justitie beschikbaar. Derhalve was uitreiking op een adres in het buitenland niet mogelijk vanaf 20 mei 2005, zodat ingevolge artikel 588, eerste lid onder b 2° van het Wetboek van Strafvordering de uitreiking dient te geschieden - indien mogelijk - aan de woon- of verblijfplaats van de verdachte.
Weliswaar volgt uit het dossier dat de verdachte bij gelegenheid van zijn verhoor op 19 januari 2004 verklaard heeft: "Ik slaap af en toe op de [b-straat]", doch die verklaring brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat dat adres heeft te gelden als een woon- of verblijfplaats in de zin van de eerder vermelde bepaling, te minder nu de verdachte volgens die verklaring daaraan heeft toegevoegd: "Verder ben ik overal en nergens." Bij die stand van zaken zijn de inleidende dagvaarding en oproeping op de bij de wet voorgeschreven wijze uitgereikt."