ECLI:NL:PHR:2009:BK2653
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk witwassen van geld op Curaçao
De zaak betreft een verdachte die op 22 maart 2007 op Curaçao werd aangehouden met 90.000 USD in contanten, verstopt in tijdschriften en cadeaupapier in zijn reiskoffer. De verdachte gaf wisselende verklaringen over de herkomst en het doel van het geld, waaronder dat hij het bedrag had gespaard door hard te werken als rijstboer en dat hij zich op Curaçao wilde vestigen.
Bewijsmateriaal bestond uit verklaringen van immigratieambtenaren, douanepersoneel en politie, alsmede een overzicht van het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) waaruit bleek dat een persoon die de verdachte op de luchthaven kwam ophalen, bekend stond om verdachte transacties en drugshandel. Het Hof achtte de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld niet geloofwaardig en concludeerde dat hij bewust moest zijn geweest van de criminele herkomst van het geld.
De Hoge Raad bevestigde dat het MOT-overzicht als zelfstandig bewijsmiddel mocht worden gebruikt en verwierp het verweer van de verdediging dat het bewijs onvoldoende was om opzet aan te tonen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op de criminele herkomst van het geld en dat de bewezenverklaring voldoende gemotiveerd was.
De verdachte werd door het Hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden en verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigde de veroordeling van de verdachte tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens opzettelijk witwassen van 90.000 USD.