ECLI:NL:PHR:2009:BK0873
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid en alternatieve causaliteit bij opeenvolgende verkeersongevallen
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid en regresverdeling tussen verzekeraars na twee opeenvolgende verkeersongevallen waarbij de benadeelde schade heeft geleden. Het eerste ongeval vond plaats op 9 juni 1995 en het tweede op 27 augustus 1997. Beide verzekeraars erkenden aansprakelijkheid voor hun respectieve ongevallen. De kern van het geschil was of en in welke mate het tweede ongeval de totale schade heeft veroorzaakt, en hoe de regresverdeling tussen de verzekeraars moet plaatsvinden.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van mengschade, die zowel door het eerste als het tweede ongeval kon zijn veroorzaakt, en veroordeelde London tot betaling van 50% van de schade. Het hof bekrachtigde dit oordeel, waarbij het benadrukte dat de bewijslast voor het aandeel in de schadeverdeling bij London lag. London stelde in cassatie dat het hof onjuist had geoordeeld omdat niet was vastgesteld dat het tweede ongeval de gehele schade had veroorzaakt.
De Hoge Raad oordeelde dat hoofdelijke aansprakelijkheid slechts kan worden aangenomen indien is vastgesteld dat beide ongevallen, het andere weggedacht, de schade hebben veroorzaakt. Het hof had dit niet vastgesteld, maar de mogelijkheid daarvan was voldoende om de verdeling op gelijke delen te baseren. De Hoge Raad verwierp de klachten en bevestigde dat de regresverdeling tussen verzekeraars plaatsvindt naar evenredigheid van hun bijdrage aan de schade, waarbij de bewijslast rust op degene die een afwijkend aandeel stelt. Tevens waarschuwde de Hoge Raad voor de risico's van het versoepelen van het causaal verband en benadrukte het belang van het condicio sine qua non-vereiste in het aansprakelijkheidsrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van London wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd, waarbij een 50/50-regeling in regres wordt bevestigd.