ECLI:NL:HR:2009:BF8875
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing werkgeversaansprakelijkheid voor rugklachten na rugbelastend werk
De werknemer, sinds 1992 werkzaam als bekistingstimmerman bij BAM, vorderde schadevergoeding wegens arbeidsongeschiktheid door rugklachten die hij toeschrijft aan zijn werkzaamheden. De kantonrechter wees de vordering af na deskundigenonderzoek, en het hof bekrachtigde dit oordeel. De Hoge Raad bevestigt dat de werknemer onvoldoende bewijs leverde voor een oorzakelijk verband tussen zijn rugklachten en het werk.
Het hof oordeelde dat blootstelling aan rugbelastende werkzaamheden en de aannemelijkheid van gezondheidsklachten niet voldoende zijn om het oorzakelijk verband aan te nemen zonder concreet bewijs. De in HR 17 november 2000 geformuleerde omkeringsregel van bewijslastverdeling werd niet toegepast omdat de zaak te veel verschilde van dat arrest.
De Hoge Raad overweegt dat de werknemer op grond van art. 7:658 lid 2 BW Pro moet stellen en bewijzen dat de schade is geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Het hof heeft gemotiveerd geoordeeld dat de deskundigen geen directe relatie tussen klachten en werk hebben vastgesteld. Ook het bewijsaanbod werd terecht gepasseerd. De klachten over onvoldoende motivering van het hof worden verworpen. Het beroep wordt verworpen en de werknemer wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wegens rugklachten wordt afgewezen.