ECLI:NL:PHR:2009:BF2089
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over TBS-oplegging zonder nieuw psychiatrisch onderzoek en bewijs van belediging
In deze zaak stond de oplegging van TBS met dwangverpleging centraal, waarbij de verdediging verzocht om nieuw psychiatrisch onderzoek naar de geestvermogens van verdachte. Het hof had dit verzoek niet als een verzoek tot aanhouding opgevat en besloot niet expliciet daarop, wat in cassatie werd aangevochten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof weliswaar op het verzoek had moeten beslissen, maar dat verdachte geen in rechte te respecteren belang had bij de klacht, mede omdat het hof de relevante deskundigen had gehoord en de verdediging gelegenheid had gegeven hen te ondervragen.
Daarnaast werd geklaagd dat de TBS-maatregel zonder een expliciet deskundigenadvies dat de maatregel rechtvaardigt was opgelegd, wat volgens de Hoge Raad niet vereist is; de rechter beslist zelfstandig over de maatregel op basis van het deskundigenonderzoek. Ook het ontbreken van een causaal verband tussen stoornis en bewezenverklaarde feiten werd verworpen als grond voor cassatie.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht het spugen in de richting van het slachtoffer als een belediging kwalificeerde, ook al was het niet direct in het gezicht. De overige klachten over motivering en het betrekken van rapporten faalden eveneens. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de oplegging van TBS met dwangverpleging en gevangenisstraf.