ECLI:NL:PHR:2009:BC6458
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van laagbelaste gasolie voor trekker-opleggercombinaties in accijnsrecht
Belanghebbende gebruikte rode gasolie, die een verlaagd accijnstarief kent, voor zowel de voortbeweging als de aandrijving van zuig- en blaasinstallaties op twee typen motorrijtuigen: een vrachtauto met één brandstoftank (type 1) en een trekker met oplegger, elk met een eigen brandstoftank (type 2). De Inspecteur stelde vast dat rode gasolie ten onrechte werd gebruikt voor de voortbeweging van type 2 en legde naheffingsaanslagen en boetes op.
Het Hof oordeelde dat beide typen motorrijtuigen kwalificeren als motorrijtuigen waarop het verlaagde tarief van toepassing is, en vernietigde de naheffingsaanslag. De Minister stelde cassatie in en voerde onder meer aan dat de trekker met aparte brandstoftank niet onder de ontheffing valt omdat deze brandstoftank uitsluitend dient voor de voortbeweging over de weg.
De advocaat-generaal concludeert dat het begrip 'chassis' in artikel 40 Uitvoeringsbesluit Pro accijns niet zodanig ruim moet worden uitgelegd dat een combinatie van trekker en oplegger met twee chassis als één motorrijtuig met mechanisch werktuig kan worden aangemerkt. Het gebruik van rode gasolie in de brandstoftank van de trekker is derhalve niet toegestaan. Echter, omdat de accijns al is voldaan door de houder van de accijnsgoederenplaats bij uitslag van de gasolie, en het latere gebruik voor algemeen belaste doeleinden geen nieuw belastbaar feit oplevert, kan naheffing niet plaatsvinden. Ook ontbreekt een wettelijke grondslag voor naheffing via aangifte. Het Hof heeft de naheffingsaanslag daarom terecht vernietigd.
Daarnaast oordeelt de advocaat-generaal dat de kostenvergoeding voor rechtsbijstand door een derde onterecht is toegekend, omdat de gemachtigde ten tijde van de zitting in dienst was van belanghebbende en dus geen derde meer was. De kostenvergoeding dient daarom gehalveerd te worden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt vernietigd omdat naheffing niet mogelijk is, maar de proceskostenvergoeding wordt gehalveerd.