ECLI:NL:HR:2006:AV0819
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging van te laat verstrekte machtiging bij beroep in belastingzaak
De zaak betreft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd aan de gemeente Waalre over april 1999 ter hoogte van ƒ 114.681. Belanghebbende, ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting, had A en B gemachtigd bezwaar te maken tegen deze aanslag. Na handhaving van de aanslag door de Inspecteur, werd beroep ingesteld bij het Hof door A en B, die op dat moment nog niet schriftelijk gemachtigd waren door belanghebbende.
Het Hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een tijdig verstrekte schriftelijke machtiging tot het instellen van beroep. De Hoge Raad stelde echter vast dat onder omstandigheden een na afloop van de beroepstermijn verstrekte machtiging kan worden gezien als bekrachtiging van het reeds ingestelde beroep.
Gezien de omstandigheden van deze zaak was sprake van een dergelijke bekrachtiging, waardoor het beroep ontvankelijk moest worden verklaard. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de griffierechten voor het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug vanwege bekrachtiging van de te laat verstrekte machtiging.