ECLI:NL:HR:2003:AF7970
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag accijns op grond van onjuiste toepassing wetgeving
Belanghebbende, X S.A. uit Spanje, kreeg op 1 december 2000 een naheffingsaanslag opgelegd voor accijnzen op minerale oliën en brandstofbelasting ter waarde van €286.174. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht de toepasselijkheid van artikel 20 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in combinatie met artikel 86a van de Wet op de accijns. Uit de wetsartikelen en richtlijn bleek dat de accijns niet op basis van artikel 20 AWR Pro kon worden nageheven in deze situatie, omdat de accijns niet was verschuldigd op grond van de artikelen 2 tot en met 2f van de Wet op de accijns, waarop de bepalingen van artikel 52, 53, 52a en 53a van toepassing zijn.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de naheffingsaanslag ten onrechte was opgelegd en vernietigde zowel de uitspraak van het Hof als de naheffingsaanslag zelf. Tevens werd de zaak terugverwezen voor een nieuw onderzoek in volle omvang. De Staat werd veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en kosten van rechtsbijstand aan belanghebbende.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 oktober 2003.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw onderzoek.