ECLI:NL:PHR:2008:BG6789
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor opzetheling met bijzondere schadevergoedingsvoorwaarde
De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor meermalen gepleegde opzetheling tot een werkstraf van 200 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van twee jaar, en een bijzondere voorwaarde om binnen drie maanden €50.000 schadevergoeding aan de gemeente Zoetermeer te betalen. Dit bedrag correspondeert met het voordeel dat de verdachte had genoten door de bijstandsfraude van zijn vriendin, met wie hij samenwoonde op een adres te [plaats A].
De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte de bijzondere voorwaarde oplegde zonder de verdediging de gelegenheid te geven zich uit te spreken over zijn draagkracht. De Hoge Raad oordeelde dat de bijzondere voorwaarde ook zonder die gelegenheid kan worden opgelegd, omdat het draagkrachtbeginsel niet van toepassing is op deze bijzondere voorwaarden volgens artikel 14c Sv. Daarnaast faalde het middel dat het hof onvoldoende had gemotiveerd over de overschrijding van de redelijke termijn, omdat de verdachte geen verweer had gevoerd over schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn.
Ook het middel dat het hof onrechtmatig bewijs had gebruikt, namelijk verklaringen van buren die suggereerden dat verdachte op hetzelfde adres woonde als zijn vriendin, werd verworpen. De Hoge Raad vond dat deze verklaringen gebaseerd waren op eigen waarneming en ondervinding en niet onrechtmatig waren gebruikt.
De Hoge Raad concludeerde dat de strafoplegging en de bijzondere voorwaarde goed zijn gemotiveerd en dat er geen reden is voor vernietiging van het arrest van het hof. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling met bijzondere voorwaarde tot schadevergoeding van €50.000 wordt bevestigd.