ECLI:NL:HR:1998:ZD0985
Hoge Raad
- Cassatie
- Haak
- Van Erp
- Taalman Kip-Nieuwenkamp
- Schipper
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verband tussen heling en schade rechthebbende bij toewijzing schadevergoeding
In deze strafzaak stond de vraag centraal of een bestolene als benadeelde partij aanspraak kan maken op schadevergoeding bij een veroordeling wegens heling. De verdachte werd primair vrijgesproken, maar veroordeeld voor opzetheling en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. Het hof kende tevens de vordering van de benadeelde partij toe.
De verdachte stelde in cassatie dat de strafbaarstelling van heling niet mede strekt ter bescherming van het belang van de rechthebbende en dat er geen direct verband zou zijn tussen de helingshandeling en de door de benadeelde geleden schade. De Hoge Raad verwierp dit standpunt en bevestigde dat de concrete omstandigheden bepalend zijn om te beoordelen of er een voldoende verband bestaat.
Het hof had vastgesteld dat de heling en de diefstal van de geldkist nauw met elkaar samenhingen. De verdachte had via een familielid de geldkist met inhoud verkregen en deze opengebroken. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep, waarmee de toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij stand bleef.
De zaak illustreert dat bij heling niet alleen het strafrechtelijk belang wordt beschermd, maar ook het civielrechtelijk belang van de rechthebbende op het geheelde goed, mits er een causaal verband is tussen de helingshandeling en de schade.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor opzetheling en de toewijzing van de schadevergoeding aan de benadeelde partij.