ECLI:NL:PHR:2008:BC9225
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor uitglijden werknemer op natte vloer ondanks veiligheidsschoenen
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een werkgever voor een arbeidsongeval waarbij een werknemer uitgleed op een natte vloer in de bedrijfshal. De werknemer droeg veiligheidsschoenen, maar gleed uit over een plas water op een bordes waar vloeistoftanks stonden. De werkgever had na het ongeval rubberen matten laten plaatsen, maar niet op de plek van het ongeval.
De werknemer vorderde schadevergoeding wegens schending van de zorgplicht van de werkgever ex art. 7:658 BW Pro. De werkgever stelde dat de werknemer bekend was met de plas water en dat het risico van uitglijden een algemeen bekend risico is waarvoor niet hoeft te worden gewaarschuwd. Ook verwees zij naar het ter beschikking stellen van veiligheidsschoenen.
De rechtbank wees de vordering af, het hof bekrachtigde dit oordeel grotendeels, stellende dat de werknemer wist van de plas en dat de werkgever niet tekort was geschoten. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de werkgever niet aansprakelijk achtte, omdat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet van de werkgever kon worden gevergd om aanvullende veiligheidsmaatregelen te treffen, zoals het leggen van rubberen matten.
De Hoge Raad benadrukt dat het ter beschikking stellen van veiligheidsschoenen niet automatisch afdoende is en dat de werkgever een hoge zorgplicht heeft. Het feit dat de werkgever na het ongeval matten heeft geplaatst, wijst erop dat de werkomstandigheden niet optimaal waren. De Hoge Raad verklaart het beroep van de werknemer ontvankelijk voor zover gericht tegen de werkgever en vernietigt het arrest van het hof. De vordering tegen de verzekeraar is niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en oordeelt dat de werkgever tekort is geschoten in haar zorgplicht door onvoldoende veiligheidsmaatregelen te treffen.