ECLI:NL:PHR:2008:BA8179
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Gebruik van bankgegevens bij navordering en boeteoplegging in KB-Lux zaak en toetsing aan art. 6 EVRM en EG-recht
Deze zaak betreft de navordering en boeteoplegging wegens het verzwegen van banktegoeden bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). De belanghebbende werd door de Nederlandse belastingdienst verzocht gegevens te verstrekken over buitenlandse bankrekeningen, mede op basis van door Belgische autoriteiten verkregen microfiches. De inspecteur gebruikte deze gegevens voor het opleggen van een navorderingsaanslag en een vergrijpboete.
Het Hof Amsterdam oordeelde dat het gebruik van deze gegevens geoorloofd was en dat geen sprake was van een ontoelaatbare schending van het recht op zelfincriminatie zoals beschermd door artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en benadrukt dat belastingplichtigen verplicht zijn gegevens te verstrekken op grond van artikel 47 AWR Pro en dat het gebruik van door de inspecteur opgevraagde bescheiden die onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige bestaan, is toegestaan.
Daarnaast is in geschil of de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar voor buitenlandse vermogensbestanddelen in strijd is met het EG-recht, met name de vrijheden van kapitaalverkeer en vestiging. De Hoge Raad overweegt dat deze verlenging gerechtvaardigd kan zijn vanwege de beperkte controlemogelijkheden van de fiscus bij buitenlandse banktegoeden, met name bij landen met bankgeheim. De verlenging sluit aan bij de strafrechtelijke vervolgingstermijn voor belastingontduiking en is niet disproportioneel geacht in het onderhavige geval.
De conclusie bevat een uitgebreide bespreking van relevante jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over het recht op niet-zelfincriminatie, en van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de proportionaliteit van fiscale termijnen en sancties in grensoverschrijdende situaties. De Hoge Raad benadrukt de noodzaak van zorgvuldigheid en motivering bij het gebruik van bewijsmateriaal en de toepassing van navordering en boetes.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de inspecteur de bankgegevens mag gebruiken voor navordering en boeteoplegging zonder schending van art. 6 EVRM en dat de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar niet in strijd is met EG-recht.