ECLI:NL:PHR:2007:BA7636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen door verhuizing en onvoldoende inspanning
De zaak betreft de vraag of verzoekster haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren is nagekomen en of de regeling op grond van artikel 350 lid 3 aanhef Pro en onder c Faillissementswet tussentijds beëindigd kon worden. Verzoekster verhuisde met toestemming naar Duitsland, waar zij geen werk vond en geen recht had op uitkering, waardoor zij geen boedelafdrachten kon doen. De rechtbank beëindigde de regeling op grond hiervan.
Verzoekster ging in hoger beroep en stelde dat zij zich had ingespannen en dat haar arbeidsmogelijkheden beperkt waren door gezondheidsklachten. Het hof bekrachtigde het vonnis en oordeelde dat verzoekster pas anderhalf jaar na toezeggingen haar privésituatie zodanig wijzigde dat zij een goed betaalde baan kon vinden, en dat zij onvoldoende medewerking had verleend. De Hoge Raad toetste de motivering en oordeelde dat het hof geen onjuiste maatstaf hanteerde en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat de niet-nakoming van verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling aanleiding kan zijn tot beëindiging, mits dit een duidelijke aanwijzing is dat de schuldenaar niet meewerkt aan een doeltreffende uitvoering. Het hof had terecht meegewogen dat de verhuizing naar Duitsland en het niet tijdig vinden van werk nadelig waren voor de schuldeisers en dat verzoekster daarvoor verantwoordelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van verplichtingen door verzoekster.