Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2007:AZ4854

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/079HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en uitspreken faillissement

Verzoekster was onderworpen aan een definitieve schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht de rechtbank om deze regeling tussentijds te beëindigen wegens niet-naleving van verplichtingen door verzoekster. De rechtbank hield de behandeling aan om verzoekster een laatste kans te geven, maar volgde uiteindelijk het advies van de rechter-commissaris om de regeling te beëindigen en sprak faillissement uit.

Verzoekster ging in hoger beroep tegen dit vonnis, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde de uitspraak. Vervolgens stelde zij beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende gronden boden voor cassatie en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee bleef het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling en het faillissement in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling en het faillissement blijven in stand.

Uitspraak

23 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/079HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank te Haarlem is ten aanzien van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - de toepassing van de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken.
De bewindvoerder heeft op 9 december 2005 de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.
De behandeling van het verzoek is op 7 februari 2006 aangehouden teneinde [verzoekster] een laatste kans te geven alsnog aan haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling te voldoen.
De rechter-commissaris heeft geadviseerd de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 28 maart 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en haar faillissement uitgesproken.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na behandeling van het hoger beroep op 16 mei 2006, heeft het hof bij arrest van 16 juni 2006 de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.