ECLI:NL:HR:2007:AZ4854
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling en uitspreken faillissement
Verzoekster was onderworpen aan een definitieve schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht de rechtbank om deze regeling tussentijds te beëindigen wegens niet-naleving van verplichtingen door verzoekster. De rechtbank hield de behandeling aan om verzoekster een laatste kans te geven, maar volgde uiteindelijk het advies van de rechter-commissaris om de regeling te beëindigen en sprak faillissement uit.
Verzoekster ging in hoger beroep tegen dit vonnis, maar het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde de uitspraak. Vervolgens stelde zij beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten onvoldoende gronden boden voor cassatie en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee bleef het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling en het faillissement in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling en het faillissement blijven in stand.