ECLI:NL:HR:2007:AZ4852

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/141HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling na tussentijdse toepassing

Verzoekers tot cassatie waren betrokken bij een schuldsaneringsregeling die door het gerechtshof te 's-Gravenhage was uitgesproken. De rechtbank heeft op voordracht van de rechter-commissaris de regeling tussentijds beëindigd. Verzoekers stelden hiertegen hoger beroep in, maar het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank.

Tegen dit arrest van het hof werd cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren P.C. Kop, A. Hammerstein, W.D.H. Asser en uitgesproken door E.J. Numann op 23 februari 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

23 februari 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/141HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 oktober 2002 is ten aanzien van verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Bij vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage van 4 augustus 2005 is de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekers] op voordracht van de rechter-commissaris beëindigd.
Tegen dit vonnis hebben [verzoekers] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling op 11 oktober 2005 heeft het hof bij arrest van 18 oktober 2005 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.