ECLI:NL:PHR:2007:BA4569
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel inzake Vinkenslag fiscale vrijplaatsen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2000 tot en met 2003, stellende dat hij gelijk behandeld moest worden als bewoners van woonwagencentrum De Vinkenslag, waar een fiscale regeling gold met een lager tarief dan wettelijk voorgeschreven.
De rechtbank en het hof verklaarden de bezwaren niet-ontvankelijk dan wel ongegrond, onder meer omdat belanghebbende niet tijdig bezwaar had gemaakt en zijn situatie niet vergelijkbaar was met de Vinkenslag-regeling. Het hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende had gemotiveerd en dat geen proceskostenvergoeding op zijn plaats was.
De Hoge Raad bevestigt deze uitspraken en overweegt dat het gelijkheidsbeginsel alleen slaagt bij gelijke gevallen en objectieve rechtvaardigingsgronden. De Vinkenslagafspraak was begunstigend beleid dat in strijd was met de wet en openbare orde, en is na bekendwording door de overheid ingetrokken. Belanghebbendes beroep faalt ook omdat hij niet aannemelijk maakte dat hij in relevante opzichten gelijk was aan de Vinkenslaggevallen.
Verder wordt bevestigd dat een overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar is als belanghebbende redelijkerwijs binnen de termijn bezwaar had kunnen maken. De motivering van de Inspecteur is voldoende en het niet-horen in de bezwaarfase leidt niet tot proceskostenvergoeding zonder geldige klacht.
De Hoge Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de eerdere uitspraken in stand blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.