ECLI:NL:HR:1997:AA3248
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste rechtsopvatting en toepassing gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1987 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd wegens het niet vermelden van het privégebruik van een door zijn werkgever ter beschikking gestelde personenauto. Het Hof Arnhem handhaafde deze aanslag en het besluit tot gedeeltelijke kwijtschelding van de verhoging.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de Inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering rechtvaardigde, mede gezien de invoering van de geïntegreerde werkwijze binnen de Belastingdienst. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het beleid dat ministers en staatssecretarissen vrijstelt van bijtelling voor privégebruik van dienstauto's berust op een onjuiste rechtsopvatting en dat dit beleid niet zonder meer op andere belastingplichtigen kan worden toegepast.
De Hoge Raad verwierp het beroep op opgewekt vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel door belanghebbende, omdat het beleid slechts gold voor een zeer beperkte groep en belanghebbende daar niet toe behoorde. Gezien deze overwegingen vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Arnhem en verwees de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Arnhem en verwijst de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.