ECLI:NL:PHR:2007:BA1528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden en onvoldoende nakoming
De schuldenaar verzocht de rechtbank Breda om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank wees dit verzoek af op grond van artikel 288 lid 2 sub b Faillissementswet Pro (Fw), omdat de schulden niet te goeder trouw waren ontstaan, mede door frauduleus handelen bij het aangaan van schulden bij telecombedrijven en onverzekerd rijden met een motorvoertuig. Tevens was de rechtbank niet overtuigd dat de schuldenaar zijn verplichtingen uit de regeling naar behoren zou nakomen, mede vanwege zijn drugsverslaving.
Het hof 's-Hertogenbosch bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. De schuldenaar voerde aan dat hij inmiddels vier jaar clean was van harddrugs en bezig was met het overwinnen van softdrugverslaving, ondersteund door hulpverlening en reïntegratie-inspanningen. Het hof oordeelde desalniettemin dat de situatie onvoldoende stabiel was om deelname aan de regeling toe te staan.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 288 lid 2 sub b Fw Pro een open norm betreft die een gedragsmaatstaf hanteert en dat het hof terecht zwaar tilde aan frauduleus handelen. Ook de beoordeling dat de schuldenaar zijn verplichtingen niet naar behoren kan nakomen was voldoende gemotiveerd, mede gezien het prille stadium van zijn reïntegratie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden en onvoldoende nakoming.