ECLI:NL:HR:2004:AO1334

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/061HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet 288Wet op de rechterlijke organisatie 81
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot opheffing faillissement en toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen

Verzoeker heeft bij de rechtbank te Leeuwarden een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement onder gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek bij vonnis af. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te Leeuwarden, dat het vonnis van de rechtbank bevestigde. Vervolgens richtte verzoeker zich tot de Hoge Raad met een beroep in cassatie tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd. Hiermee blijft het vonnis van de rechtbank dat het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling afwijst, in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd, waarmee het verzoek tot opheffing van het faillissement en toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

13 februari 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/061HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 25 juli 2002 ter griffie van de rechtbank te Leeuwarden ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht diens faillissement op te heffen onder gelijktijdige van toepassing verklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De zaak is ter terechtzitting van 26 september 2002 behandeld.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 27 maart 2003 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 9 mei 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 februari 2004.