ECLI:NL:PHR:2009:BI5908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en toepassing overgangsrecht
In deze zaak verzochten [verzoeker 1] en [verzoekster 2] om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling met opheffing van hun faillissementen. De rechtbank Almelo wees dit verzoek af omdat niet aannemelijk was dat zij te goeder trouw waren ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van hun schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.
Het hof Arnhem bekrachtigde dit vonnis bij arrest van 11 augustus 2008. De verzoekers stelden in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte het nieuwe overgangsrecht toepaste, terwijl het verzoek vóór 1 januari 2008 was ingediend, en dat de vastgestelde schuldenlast, met name de belastingschuld van €150.000, onjuist was vastgesteld.
De Hoge Raad verwierp deze klachten. Gelet op de parlementaire geschiedenis heeft de wetgever beoogd dat de nieuwe toelatingsmaatstaf van het overgangsrecht onmiddellijke werking heeft, ook voor verzoeken die vóór 1 januari 2008 zijn ingediend. Daarnaast is het oordeel over de schuldenlast niet onbegrijpelijk gelet op de verklaringen van de curator en het ontbreken van betwisting door de verzoekers.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de verantwoordelijkheid van de verzoekers voor een deugdelijke administratie niet wordt weggenomen doordat zij de boekhouding aan een belastingadviseur hadden uitbesteed. Klachten over het niet toepassen van de Recofa-richtlijnen faalden omdat deze richtlijnen geen recht in de zin van art. 79 RO Pro vormen. Tenslotte was onvoldoende gebleken van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de weigering tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zouden rechtvaardigen.
De conclusie van de Procureur-Generaal was dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling hoefden te worden beantwoord. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van goede trouw en juiste toepassing van het overgangsrecht.