ECLI:NL:PHR:2007:AZ4847
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geschil over aansprakelijkheidsverzekering en samenloop bij medische beroepsfout
In deze zaak staat een geschil centraal tussen Winterthur en VVAA, twee verzekeraars die dekking betwisten voor schade veroorzaakt door een medische beroepsfout van een oogarts die zowel een privépraktijk als een ziekenhuispraktijk had. Winterthur had de schade aanvankelijk afgehandeld, maar vorderde later vergoeding van VVAA, stellende dat de fout was gemaakt tijdens een privébehandeling die onder VVAA viel.
De rechtbank wees de vordering van Winterthur af, waarna het hof bevestigde dat de bewijslast bij Winterthur ligt om aan te tonen dat de behandeling niet ten behoeve van het ziekenhuis was verricht. Uit getuigenverklaringen bleek dat de arts nauwelijks onderscheid maakte tussen privé- en ziekenhuisbehandelingen, ook spoedgevallen werden zowel thuis als in het ziekenhuis behandeld.
Winterthur slaagde er niet in het bewijs te leveren dat de behandeling op 8 december 1987 niet ten behoeve van het ziekenhuis was, waardoor de samenloopclausule van VVAA van toepassing was en VVAA niet hoefde bij te dragen aan de schadevergoeding. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en de toegepaste bewijslastverdeling, en wees klachten over bewijswaardering en uitleg van de polisvoorwaarden af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Winterthur wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.