ECLI:NL:HR:2007:AZ4847

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/207HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzekeringsrechtelijke geschil over dekking aansprakelijkheidsverzekering na medische beroepsfout

Winterthur, bestaande uit twee verzekeringsmaatschappijen, vorderde van VVAA een bedrag wegens schadeafwikkeling na een medische beroepsfout. De rechtbank wees de vordering af, wat Winterthur aanvocht in hoger beroep. Het gerechtshof Amsterdam bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering opnieuw af. Winterthur stelde daarop beroep in cassatie in tegen deze uitspraken, terwijl VVAA voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.

De Hoge Raad beoordeelde de middelen van Winterthur en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet nodig omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van VVAA werd hierdoor niet behandeld.

De Hoge Raad verwierp het principale cassatieberoep en veroordeelde Winterthur in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd de beslissing van het gerechtshof bevestigd en bleef de afwijzing van de vordering in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Winterthur wordt verworpen en de eerdere afwijzing van de vordering blijft in stand.

Uitspraak

12 januari 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/207HR
MK/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. de vennootschap naar Zwitsers recht WINTERTHUR SCHWEIZERISCHE UNFALL VERSICHERUNGSGESELLSCHAFT,
gevestigd te Winterthur, Zwitserland,
2. WINTERTHUR SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. Streefkerk,
t e g e n
VVAA SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseressen tot cassatie - verder te noemen: Winterthur - hebben bij exploot van 26 februari 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: VVAA - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, VVAA te veroordelen om aan Winterthur te betalen een bedrag van ƒ 126.349,66, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 1993 tot aan de dag der algehele voldoening.
VVAA heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 10 november 1999 de vordering afgewezen en Winterthur in de proceskosten veroordeeld.
Tegen dit vonnis heeft Winterthur hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij memorie van grieven heeft Winterthur haar eis verminderd in die zin dat een bedrag van ƒ 113.174,83 wordt gevorderd.
Bij tussenarrest van 13 maart 2003 heeft het hof Winterthur een bewijsopdracht gegeven. Bij eindarrest van 24 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd en Winterthur in de kosten van het hoger beroep veroordeeld.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft Winterthur beroep in cassatie ingesteld. VVAA heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep.
De advocaat van Winterthur heeft bij brief van 23 november 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Winterthur in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van VVAA begroot op € 1.611,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 januari 2007.