ECLI:NL:PHR:2007:AZ1614
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens termijnoverschrijding en onvolledig verzoekschrift in schuldsaneringszaak
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen het arrest van het hof dat de tussentijdse beëindiging van een schuldsaneringsregeling bevestigde. Verzoekers dienden een fax in met het verzoek tot cassatie, maar deze was niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad en bevatte geen middelen. Een later ingediend verzoekschrift met middelen was wel ondertekend maar kwam na het verstrijken van de cassatietermijn binnen.
De Hoge Raad overweegt dat het verzoekschrift zonder handtekening van een advocaat bij de Hoge Raad niet-ontvankelijk is volgens artikel 426a Rv. Daarnaast is het te laat ingediende verzoekschrift ook niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de cassatietermijn, zonder dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een beroep in cassatie moet voldoen aan strikte vormvereisten en termijnen, en dat het ontbreken van een advocaatshandtekening en het ontbreken van middelen in het verzoekschrift leiden tot niet-ontvankelijkheid. Ook is geen reden gegeven waarom het verzoekschrift niet tijdig kon worden ingediend. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige en onvolledige indiening van het verzoekschrift.