ECLI:NL:HR:2005:AT4077
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake schuldsaneringsregeling
Verzoekers hebben bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek ingediend om de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren, welk verzoek bij vonnis van 26 mei 2004 werd afgewezen. Tegen dit vonnis stelde verzoekers hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het vonnis bij arrest van 23 november 2004 bekrachtigde.
Verzoekers stelden vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 426a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat het geen omschrijving bevatte van de middelen waarop het cassatieberoep steunde. Verzoekers gaven aan dat zij op nader aan te voeren gronden beroep deden, maar leverden geen aanvullende schriftelijke motivering binnen de cassatietermijn.
De Hoge Raad oordeelde dat verzoekers niet binnen de cassatietermijn schriftelijk hun bezwaren hadden toegelicht, ondanks dat zij op tijd beschikten over een afschrift van het bestreden arrest. Daarom verklaarde de Hoge Raad verzoekers niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun cassatieberoep wegens het ontbreken van een omschrijving van de middelen waarop het beroep steunt.