ECLI:NL:PHR:2006:AY7460
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw bij ontstaan en onbetaald laten van schulden
In deze zaak heeft verzoekster een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank Arnhem wees dit verzoek af omdat zij oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van een aantal schulden, mede vanwege de omvang van de schulden en de vrees dat zij haar verplichtingen niet zou nakomen. De rechtbank vroeg om medische rapportages vanwege psychische klachten van verzoekster, maar vond deze onvoldoende om het verzoek toch toe te wijzen.
Het hof Arnhem bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat verzoekster niet te goeder trouw was en dat onvoldoende bijzondere omstandigheden waren om het verzoek alsnog toe te wijzen. Verzoekster ging hiertegen in cassatie en stelde dat het hof onvoldoende rekening had gehouden met haar psychische klachten, de druk van familie in Irak, taalproblemen en de rol van haar zoon die sinds enige tijd haar administratie verzorgt.
De Hoge Raad overweegt dat de gedragsmaatstaf van goede trouw een facultatieve weigeringsgrond is en dat de rechter alle relevante omstandigheden moet betrekken en gemotiveerd moet beslissen over essentiële stellingen. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het ondanks de rol van de zoon en andere omstandigheden het verzoek heeft afgewezen. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.