ECLI:NL:HR:2006:AV6064

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/050HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 91 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen afwijzing schuldsaneringsregeling in faillissementsrecht

Verzoekers tot cassatie, schuldenaren, hebben bij de rechtbank Arnhem verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank sprak de voorlopige toepassing uit en benoemde een bewindvoerder en rechter-commissaris. Na verslag van de bewindvoerder en een hoorzitting wees de rechtbank het verzoek definitief af. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde dit vonnis in hoger beroep. Vervolgens stelden de schuldenaren beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de aangevoerde klachten en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was nadere motivering niet vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het cassatieberoep werd door de Hoge Raad verworpen. Hiermee bleef het oordeel van de lagere rechterlijke instanties gehandhaafd dat de schuldsaneringsregeling niet op de schuldenaren van toepassing werd verklaard.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Aaftink (voorzitter), Van Oven, Bakels en in het openbaar uitgesproken door Numann op 31 maart 2006.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de schuldenaren wordt verworpen en de afwijzing van hun verzoek tot schuldsaneringsregeling blijft in stand.

Uitspraak

31 maart 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/050HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1] en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 juni 2004 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingediend verzoekschrift hebben verzoekers tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaren - zich gewend tot die rechtbank en verzocht op hen de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
Bij twee afzonderlijke vonnissen van 20 september 2004 heeft de rechtbank de voorlopige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken en een bewindvoerder en een rechter-commissaris benoemd.
Nadat de bewindvoerder verslag had uitgebracht en de rechtbank de schuldenaren op 8 februari 2005 had gehoord, heeft de rechtbank bij vonnis van 3 maart 2005 de verzoeken van de schuldenaren afgewezen.
Tegen laatstvermeld vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 31 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank te Arnhem van 3 maart 2005 bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 maart 2006.